Openbare Bank

Openbare Bank

Deze website wordt gesteund door de Ronde Tafel van Socialisten en door het IMAST
Privatiseren komt van het Latijnse woord ‘privare’. Privare betekent beroven…

Openbare Bank RSS Feed
 
 
 
 
FR - Version française

Boekbespreking ‘Van ASLK tot Fortis’

Boekbespreking – ‘Van ASLK tot Fortis – 1935-1998 – Afscheid van een openbare instelling’ (Erik Buyst, Kristof Lowyck en Piet Van Bellingen)

Danny Carleer

Toen er nog aan het boek ‘Van ASLK tot Fortis’ gewerkt werd, wist ik al dat het geen pleidooi voor een openbare bank zou worden. Dat mocht in feite ook niet verwacht worden van een project dat de zegen kreeg van de directie van de groep waarin de ASLK nu is terecht gekomen. Toch heb ik het boek al bij de voorintekeningen besteld. Na 40 jaar op de loonlijst te hebben gestaan van deze openbare kredietinstelling/bank kreeg ik € 5 korting. Het ASLK-gedenkboek 1865-1965 kostte geen cent. De bankdiensten waren in 1965 nog gratis. Van topbankiers en aandeelhouders was toen geen sprake. De miserie begon later.

Voor ‘Van ASLK tot Fortis’ hebben Erik Buyst en Kristof Lowyck (van de KU Leuven), bijgestaan door Piet Van Bellingen (voormalig econoom bij de Economische Studiedienst ASLK/FORTIS) de periode 1935 – 1998 uit de geschiedenis van de ter ziele gegane openbare kredietinstelling gelicht. Alles stopt bij de definitieve verkoop aan Fortis AG. Daarmee kon de afspraak netjes gehonoreerd worden.

Het verhaal begint dus aan het eind van de grote depressie en eindigt bij de volledige privatisering. In het ‘Woord vooraf’ wordt beweerd dat de ASLK ‘een geoliede, goed renderende privébank en verzekeraar was vanaf 1993 tot 1998’. Ik ken veel mensen die deze periode anders inschatten en het is ook voor mij een zeer betwistbare stelling. Toevallig begon de verkoop aan Fortis in 1993…

Vooral de geschiedenis van de ASLK tijdens Wereldoorlog II heb ik met veel belangstelling gelezen. De resultaten van de research over de oorlogsjaren van Erik Buyst en zijn ploeg mogen er best zijn.

De auteurs schrijven dat met de economische vooruitgang in de jaren ’50 en ’60 de eerste bestaansreden van de ASLK weg viel. Ik zie dat anders. Weten ze dan niet wat de bank amper 10 jaar na de privatisering overkwam? Ze hadden het aan Maurice Lippens kunnen vragen: die zag de meltdown zelfs aankomen.

Ook na de 50ies en 60ies vervulde ‘de Kas’ – zoals de ASLK binnenskamers werd genoemd – zeer behoorlijk haar rol. Ze deed dat onder andere door sociale leningen aan zeer voordelige voorwaarden mogelijk te maken. Dat staat wel heel goed beschreven in het boek.

Andere hoofdstukken bevallen me veel minder. Ik geef gerust toe dat de communautaire spanningen, die helaas ook de ASLK te beurt vielen tijdens het begin van de jaren ’70, bij mij voor een meer dan wrange nasmaak hebben gezorgd. Ik zat niet te wachten op een boek waarin dit nog eens werd opgerakeld. De Vlaamse Bond, de Vlaamse Personeelsvereniging (ja, we hadden er zelfs 2 !) en de Union des Francophones boeiden mij absoluut niet. Ze konden me er nooit toe bewegen deel te nemen aan de stakingen en de stadswandelingen in en rond de Wolvengracht. Die werden georganiseerd uit onvrede met de taalkaders. Met leeuwenvlaggen zwaaien is nooit mijn ding geweest en dat zal het ook nooit worden. Ze slaagden er blijkbaar wel moeiteloos in om personeelsleden van verschillende taalrollen tegen elkaar op te zetten. Het gedoe legde sommige latere directieleden geen windeieren. Ik schat de verdiensten van de leiders van deze hetzes erg laag in en ik vind niet dat ze in dit boek zo een prominente plaats hadden moeten krijgen.

Er wordt terecht veel geschreven over het sociaal overleg. Het ‘unieke overlegmodel’ wordt geroemd. Dat had inderdaad grote verdiensten. Over het evenwicht tussen het maatschappelijk rendement, de klantentevredenheid en de personeelsbelangen werd gediscussieerd en meestal werd er ook samen over gewaakt, maar was dat overleg daarom zo ‘uniek’? Bij de fusie met de Generale Bankmaatschappij viel het wel op dat de laagste graden bij de ASLK beter verloond werden; bij de directie was dat precies omgekeerd. De gelijkschakeling voor de nieuwe ‘topbankiers’ kon zeer snel naar boven afgerond worden. Ik vind het jammer dat deze categorie blijkbaar veel aan het boek heeft mogen bijdragen.

De problemen van de fusie situeerden zich dus lager op de ladder. De nawerking hiervan is trouwens nog altijd bezig – ook bij vakbonden die recentelijk een inlevering van 3% ophoestten in ruil voor een slechts relatieve werkzekerheid. Over de bonussen voor de toplui ‘was nog niets beslist’. Die inlevering van 3% wordt grotendeels afgewenteld op de fiscus en op de sociale zekerheid.

Een opvallende – maar zeker te vermijden – fout wordt in het boek enkele keren herhaald. Het moet zijn ‘de’ ACOD en niet ‘het’ ACOD. De Algemene Centrale der Openbare Diensten van het ABVV was jarenlang de grootste vakbond bij de ASLK. Als toonaangevende vakbond was het ook de motor van een goede intersyndicale werking.

“Bij de privatisering van de ASLK ontbrak het aan een maatschappelijk en parlementair debat”, luidt het op de achterflap. In die tijd kregen de vakbonden wel veel boodschappen uit politieke hoek. Het heette dat de privatisering een absolute noodzaak was om de sociale zekerheid te redden en om de Belgische overheidsfinanciën te saneren. Helemaal goed is dat dus niet gegaan. De auteurs van ‘Van ASLK tot Fortis’ hadden bijvoorbeeld eens bij Frank Vandenbroucke en Freddy Willockx kunnen aanbellen voor wat meer info. De klanten, de maatschappij in haar geheel en het personeel werden toen serieus belazerd.

De rol die Piet Frantzen bij de ASLK heeft gespeeld wordt wel heel goed in beeld gebracht. Ik vermoed dat ook Rik Van Bever (de gewezen voorzitter van de ACOD) hierbij heeft geholpen. ‘Topeconomen’ zoals Noels en D’Hoore, die vandaag de financiële commentaar mogen uitzingen, kwamen zelfs niet tot aan Piet Frantzens hielen. Frantzen was een uitgesproken tegenstander van de privatisering.

Het is duidelijk dat dit boek geschreven werd door mensen die de privatisering welgezind zijn. Een terugkeer naar een staatsbank zien ze niet zitten. Misschien zit de verzuiling er ook voor iets tussen. De politieke inmenging en tegenkanting hebben zeker hun tol geëist en de debacles waartoe dit allemaal heeft geleid, komen ruimschoots aan bod. Mensen die openbare banken en de openbare dienst in het algemeen niet in het hart dragen, hadden bij de ASLK geen verantwoordelijkheden mogen krijgen. Sommigen, die in het directiecomité geparachuteerd werden, hoorden daar hoegenaamd niet thuis.

Het boek bevat daarentegen heel wat interessante gegevens voor mensen die er hebben gewerkt en veel herinneringen worden ook bij uw dienaar opgeroepen. Je merkt goed dat hier heel wat research aan voorafgegaan is en het boek is goed gedocumenteerd en geïllustreerd. De maatschappelijke relevantie van de interne keuken is echter vaak niet groot. Het boek zal in de eerste plaats vooral ex-personeelsleden interesseren.

Over het algemeen biedt het een betrouwbare en nauwkeurige weergave van de rol die de ASLK heeft gespeeld tijdens de beschreven periode. Maar in De Standaard van 14 januari 2012 geeft Erik Buyst toe ‘niet in het nut van een nieuwe overheidsbank te geloven’ en dat merk je ook. Zijn opdrachtgevers zullen het graag gelezen hebben, maar hij zal me moeten toestaan om daarover met hem van mening te verschillen.

Het boek zou een “kritisch wetenschappelijk werk” zijn “voor iedereen die met een objectieve bril wil kijken”. Dat is niet altijd even goed gelukt. Daarom worden de verhalen over bijvoorbeeld CGER-France – waar inderdaad belegd werd in lege fabriekspanden, uitgeleefde kazernes en circusterreinen – iets te fel uitgesmeerd. Voor mij is dit het bewijs van de stiefmoederlijke politieke behandeling die de ASLK al te vaak te beurt viel. De keuzes, die de politieke partijen maakten bij de selectie van sommigen van hun bij de ASLK gedropte trawanten, waren niet altijd even slim. Gelukkig geldt dat slechts voor een minderheid die er af en toe binnen waaide. Het is helemaal geen reden om het nut van een openbare bankensector in vraag te stellen. In vergelijking met de blunders die de ‘topbankiers’ na de privatisering hebben begaan, zijn de fouten bij CGER-France peanuts.

Naar mijn gevoel komt de meerwaarde van de ASLK in het boek veel te weinig uit de verf. Bestaansredenen voor openbare banken zijn er altijd geweest en ook in de toekomst zal dat zo zijn. De ASLK was uit op maatschappelijk rendement – meestal toch. De klant en de dienstverlening stonden centraal en niet de winstmaximalisatie. Precies daarom waren veel collega’s fier er te kunnen werken.

Van ASLK tot Fortis – 1935-1998 – afscheid van een openbare instelling’ – Eric Buyst, Kristof Lowyck en Piet Van Bellingen – uitgeverij Roularta – groot formaat, hardcover, 380 blz., rijk geïllustreerd – € 29,95

 

2 Responses to “Boekbespreking ‘Van ASLK tot Fortis’”

  1. 1
    Piet Van Bellingen:

    Graag formuleerde ik als co-auteur , gewezen personeelslid en nauw medewerker van Piet Frantzen enkele bedenkingen . De verantwoordelijkheid voor het teloorgaan van de ASLK ligt vooral bij de politiek en bij dezen in de algemene directie die vanaf het midden van de jaren 70 het beleid bepaalden .Zo werd de Economische Studiedienst als stuwende kracht in al haar initiatieven en voorstellen afgeremd door de persoonlijke tweestrijd die in het boek reeds in een afgezwakte vorm weergegeven werd .De totale ommekeer van het beleid van de ASLK die in een nota van 1968 ( zie het jaar van omwenteling )bepleit werd botste tegen een aantal politieke belangen omdat er daarin resoluut voor nieuwe maatschappelijke en ecologische opties gekozen werd. Ook de socialistische partij was verantwoordelijk voor de ondergang van de Instelling , niet alleen omdat ze Piet Frantzen via een nooit geziene intrige opzij schoof en marginaliseerde,maar vooral omdat ze de ASLK totaal verpolitiseerde en haar stromannen op strategische posities met desastreuze gevolgen dropte. Ten slotte heb ik persoonlijk geen druk gevoeld om de privatisering te verdedigen en het overheidsinitiatief af te kammen ,wat ook de bedoeling niet was. Het betekent ook niet dat alle auteurs steeds op dezelfde lijn zaten .De visie van een ASLK-er is enigszins anders dan deze van een buitenstaander . Het boek is dan ook zoals veel andere zaken in het leven een aanvaardbaar compromis tussen de drie auteurs .

  2. 2
    An Van Bellingen:

    Groot gelijk papa.

Leave a Reply

Schrijf je in op onze mailing

* = verplicht veld