Contra miljonairstaks: Politiek is een hondenstiel
Politiek is werkelijk een hondenstiel. Jarenlang zetten liberalen en flauwe afkooksels de rijksten uit de wind door de vermogensbelasting weg te lachen met drogredenen, en nu zetten uitgerekend die superrijken die belasting op de agenda.
De meesten tegenstanders van hogere belastingen voor superrijken houden nu noodgedwongen voet bij stuk maar hun discours klinkt nog holler dan het al was. Een greep uit de meest gehoorde tegenargumenten.
“Wij worden al zo zwaar belast in België”
Wie is de ‘wij’ in deze uitspraak? Dat is de hamvraag. Iemand als Buffett die in de VS toch nog altijd 17,4% belasting betaalt, zou in België maar 0,6% moeten betalen, berekende Ruben Mooijman van De Standaard. Solidair berekende ook dat vijftig van de meest winstgevende multinationals in België gemiddeld amper 0,57% belasting betalen. Het plaatje voor de personenbelasting is anders. “Ongelukkig als een belastingplichtige in België”, dat schreef de Franse site www.rue89.com in een vergelijkende analyse van de belastingstelsel in Europa. Een aanslagvoet van 25% vanaf de eerste euro inkomen en 40% voor inkomens die amper het minimuminkomen overstijgen: daarmee hoort België bij de koplopers in de belasting van de lage en de middeninkomens. De Deutsche Bank zei het al in 2007: “België is een fiscale hel voor de loontrekkende, maar een fiscaal paradijs voor de grote fortuinen.”
“De middenklasse niet verder uitpersen”
Een concretere versie van het eerste tegenargument. Maar de miljonairstaks treft euh… de miljonairs. Niet de middenklasse. Slechts 2% van de gezinnen in België – 88.000 gezinnen op de meer dan 4,5 miljoen huishoudens – heeft een vermogen van meer dan een miljoen euro, exclusief het eigen woonhuis (in het voorstel van de PVDA wordt de eigen woning niet meegerekend). Het gaat om de Frères, de Hutsen, de Solvays, de De Nuls, de Davignons en de Lippensen van deze wereld met hun fiscaal vogelvrije fortuinen die toenemen aan astronomische snelheid. Zo steeg het fortuin van de rijkste Belgische familie de Spoelberch (AB Inbev) tussen 2000 en 2011 van 1,2 naar 20 miljard. Daarmee hebben ze een fortuin dat even groot is als het hele budget van de RVA. De tien rijkste families van het land zagen op tien jaren tijd hun fortuin verzesvoudigd.
“Niet raken aan zuurverdiende spaarcenten”
Een tegenargument dat ogenschijnlijk hout snijdt, maar al even onzinnig is als de twee voorgaande. Eén miljoen euro: dat spaar je zelfs met het betere maandloon niet bijeen van vandaag op morgen. Je moet al elke maand 1.850 euro sparen om na een loopbaan van 45 jaar aan één miljoen euro te geraken. De oudste mens op aarde leefde 600.000 jaar geleden. Mocht die nog leven en al die tijd 300 euro per maand hebben gespaard, dan nog zou hij niet zoveel bezitten als pakweg Maurice Lippens met zijn slordige 304 miljoen euro.
“Speculanten niet verwarren met de rijken”
Een relatief jong tegenargument. De rijke speculant belasten, dat mag, want die ligt aan de basis van de financiële crisis; maar toch niet de rijke industrieel want die investeert en creëert zo jobs en economische groei. Tja, precies alsof er twee soorten kapitalisten zijn: de goede en de stoute. Neen, het financiële en het industriële kapitaal zijn een onafscheidelijk duo. Neem nu Albert Frère. Als topman van enkele holdings en partner van de bank BNP Paribas zou men hem kunnen onderbrengen in de categorie van de financiële kapitalisten. Maar als we dan kijken naar de sectoren waarin hij met zijn holdings investeert – energie, cement, voeding – kunnen we hem gerust bestempelen als een industriële kapitalist. Die opdeling heeft dus weinig zin. En door de overproductiecrisis gaat de “industriële kapitalist” zich in zijn jacht op steeds meer winst net meer toeleggen op financiële speculatie.
“Kapitaalvlucht”
De klassieker onder de tegenargumenten wordt tegengesproken door de feiten. In Frankrijk bestaat er een vermogensbelasting. Ja, sommige heel rijke mensen verlieten Frankrijk, maar het waren er niet veel. Minder dan 1% van wie fortuinbelasting moest betalen, pakte zijn koffers. Slechts 2% van het bedrag van de grote fortuinen ontsnapte zo aan de belastingen. Politicoloog Dries Lesage (UGent) wijst ook op de absurditeit van het argument: “Men zegt: omdat er wat kapitaalvlucht zou kunnen zijn, heffen we geen vermogensbelasting. Of anders, we nemen de maatregel niet, omdat er overtreding zal zijn. Stel u voor dat die redenering toegepast wordt voor gewelddelicten.”








