Openbare Bank

Openbare Bank

Deze website wordt gesteund door de Ronde Tafel van Socialisten en door het IMAST
Privatiseren komt van het Latijnse woord ‘privare’. Privare betekent beroven…

Openbare Bank RSS Feed
 
 
 
 
FR - Version française

Van kaft tot kaft (Het pensioenspook, Gilbert De Swert)

door Jozef Mampuys (op DeWereldMorgen)

Het pensioendebat viert bijna zijn zilveren jubileum. In 1987 schreef Jean-Luc Dehaene in een rapport over de hervorming van de sociale zekerheid voor het eerst over de uitdaging van de vergrijzing. Sindsdien is het debat over de toekomst van onze pensioenen niet meer stilgevallen. Reeds in de jaren negentig leidde dit tot een aantal maatregelen, o.a. het geleidelijk optrekken van de pensioenleeftijd voor vrouwen tot 65. Met de oprichting van de Studiecommissie voor de Vergrijzing in 2001 en de aanzwellende pensionering van de babyboomgeneratie (1946-1964) vanaf het begin van deze eeuw, kwam de discussie in een stroomversnelling.

Steeds meer draaide de discussie over de betaalbaarheid in de toekomst van de sociale zekerheid en de pensioenen in het bijzonder. Echt veel concrete maatregelen zijn er sindsdien wel niet gekomen. In 2005 was er het Generatiepact waarin de toegang tot het brugpensioen werd verstrengd. Het resultaat daarvan op dit ogenblik is dat de feitelijke pensioenleeftijd, de gemiddelde leeftijd waarop mensen definitief stoppen met werken, is gestegen. Met andere woorden: we werken met zijn allen gemiddeld genomen langer dan vijf jaar geleden. Sindsdien worden we van alle kanten, door de overheid, de werkgevers, liberale (zijn er andere?) economisten en de media echt gebrainwashed met de onontkoombare idee dat enkel langer werken een oplossing kan bieden voor de financiële problemen die door de vergrijzing zijn ontstaan. De laatste in de rij is Di Rupo die in zijn formateursnota meerdere maatregelen voorstelt om de werkelijke pensioenleeftijd weer wat op te trekken. Voor het eerst worden zelfs de onaantastbaar gewaande ambtenarenpensioen aangepakt. Ook aan de berekeningswijze wil hij sleutelen waardoor het pensioenbedrag gaat dalen … tenzij je langer blijft werken. Je moet meer dan gewoon haar op je tanden hebben om tegen de stroom in te roeien om te beweren dat we niet per se langer moeten werken om onze pensioenen en de SZ in het algemeen betaalbaar te houden.

Tegen stroom in roeien: dat is het minste wat je van ‘Het Pensioenspook’ van Gilbert De Swert kan zeggen. De auteur, tot voor enkele jaren hoofd van de nationale studiedienst van het ACV,  is hiermee niet aan zijn proefstuk.  Amper een jaar geleden publiceerde hij zijn omvangrijk ‘Crisismoordenboek’ ( Uitg. EPO 2010. Zie Kenteringen digit september 2010), een vlijmscherpe analyse en kritiek van de financiële crisis die, spijtig genoeg, nog niets aan actualiteit heeft ingeboet. En voordien roeide hij ook al stevig in tegen de stroom van de eindeloopbaanverzinsels met zijn boek ’50 grijze leugens. Over vergrijzing en langer werken’ ( Uitg. EPO  2004).
In zekere zin neemt hij met ‘Het Pensioenspook’ de draad van toen weer op. En hij doet dat op de hem eigen manier: het in vraag stellen, het bevragen van wat als wetenschappelijk onderbouwd, evident, onvermijdbaar enz. wordt voorgesteld. Op die manier doet hij de lezer nadenken en op zijn minst tot het besluit doen komen dat het allemaal niet zo eenvoudig is als het ons wordt voorgesteld en ingelepeld. Maar Gilbert doet meer dan dat. Zonder daarom altijd het achterste van zijn tong te laten zien, neemt hij ook duidelijk stelling in het debat.  Tegenover de mantraboodschap van langer werken, meer bijdragen en minder pensioen luidt zijn boodschap dat de sociale zekerheid en de pensioenen ook in de toekomst betaalbaar blijven. Langer werken is daarvoor niet de enige manier, en zelfs niet de beste manier. Voilà, meer moet dat niet zijn. De rest van het boek dient om deze boodschap te onderbouwen.
Veel rampberichten over de vergrijzing steunen op demografische gegevens. In de toekomst zullen er minder actieven en steeds meer niet-actieven zijn. De verhouding tussen beide wordt onhoudbaar. Maar Gilbert toont met dezelfde cijfergegevens aan dat dit al bij al nog zal meevallen. In 2010 staan er tegenover 100 effectief werkenden 140 niet-werkenden (alle categorieën van jongeren, ouderen, werklozen, gewone thuisblijvers en al de rest). In 2030 zou die verhouding oplopen tot 144 en in 2060 tot 152. En als er dan toch nood zou zijn aan meer actieven dan kan men best eerst beginnen met de meer dan 500.000 werklozen aan het werk te helpen in plaats van ouderen die ‘op’-gewerkt zijn, nog langer te laten werken.
Maar de vergrijzing gaat natuurlijk meer geld kosten. Maar is ze daarom onbetaalbaar? Helmaal niet zegt Gilbert. Volgens het laatste rapport van de Studiecommissie voor de Vergrijzing (juni 2011) zal de vergrijzing tegen 2030 een extrakost van 12,9 miljard euro meebrengen. Maar die kost is er niet in een keer maar ontstaat geleidelijk, net zoals de vergrijzing geleidelijk gaat. Gilbert omschrijft het in koerstermen: “Vergrijzing, dat is niet een sociale Muur van Geraardsbergen oprijden, ook niet een Alpe d’Huez, (…) dat is simpel elk jaar Scherpenheuvel per fiets binnenrijden. Zacht glooiende helling. De pijn in de kuiten is minder financieel dan politiek”.  Concreet  betekent de vergrijzing een meerkost van zowat 650 miljoen per jaar voor de periode 2010 tot 2030. Vergelijk dat even met de 20 miljard euro die men nu op vier jaar tijd wil besparen, dan is die meerkost voor de vergrijzing bijna een peulschil. Neem je de periode tussen 2010 en 2060, dan daalt die meerkost zelfs naar jaarlijks 380 miljoen euro. Gilbert  besluit met een Twitterbericht: ♯Bevolking grijzer. Kost toch beperkt. Niet meer dan 1000 bankiersbonussen. Die verdienen dat niet, u wel. Worden toch gesubsidieerd, u dan ook. Geld is er.♯
Maar die meerkost moet wel opgebracht worden. Gilbert ziet minstens drie goede manieren om dat te doen. De eerste is door de overheid zelf. Bv. door het Zilverfonds. Maar dat is op een fiasco uitgelopen omdat de forse daling van de intrest op de overheidsschuld onder de Paarse regeringen niet, zoals voorzien, in dat zilverfonds werden gestort maar voor andere zaken werden gebruikt, o.a. een forse belastingsvermindering van meer dan 4 miljard euro. De tweede manier is prima: meer werk. Dat betekent meer inkomsten en minder uitgaven. Alleen kan meer werk op (minstens) twee manieren: meer werkenden of langer werk. Wat je nu hoort is dat we vooral allemaal langer moeten werken. Maar er zijn nog genoeg werkzoekenden die nog geen werk hebben: jongeren, allochtonen, vrouwen en ook ouderen die, eens ontslagen, nergens nog worden aangenomen. Eerst als die allemaal aan het werk zijn, kan men misschien denken wie al werk heeft langer te laten werken. Iets wat overigens van zelf zou gaan indien de loopbaan mensen daartoe in staat stelt in plaats van hen op 25 jaar helemaal uit te persen.
Een derde manier waar nauwelijks over wordt gesproken is de groei en de productiviteit. Alle vooruitzichten gaan uit van een jaarlijkse groei van onze economie van 1,5%. Dat betekent dat België (niet alle Belgen) tegen 2030 weer een derde rijker zal zijn dan nu. De meerkost van de vergrijzing bedraagt ongeveer 1/7 daarvan. Met andere woorden, dank zij de groei en de toegenomen productiviteit kan de meerkost van de vergrijzing gemakkelijk worden betaald. De vraag is dus niet langer of de pensioenen betaalbaar blijven, maar wel op welke wijze, door wie gaat die meerkost worden opgehoest.
Voor Gilbert is het duidelijk: Het ‘gat’ in de sociale zekerheid is geen demografische noodlot maar een ideologische constructie. in de kern gaat het om een verdelingsprobleem, een verdeling van de productiviteitswinsten en de mantra van het langer werken dient alleen om dit kernprobleem te verdonkeremanen. “Kortom, ‘meer werken’ of ‘langer werken’ is een archaïsche slogan, die de geesten rijp moet maken voor de gedachte dat werknemers niet zouden moeten delen in de productiviteitsstijgingen”. De discussie over de toekomst van de sociale zekerheid en de pensioenen is in de kern een discussie over welke maatschappij wij willen. De keuze is dus een maatschappelijke keuze en geen door demografische en/of financiële ontwikkelingen onontkoombare keuze. En die keuze gaat ondermeer over een betere verdeling van de rijkdom, maar niet alleen daarover. Niet enkel over marktrijkdom maar ook over minder werken om meer mensen te laten werken en met zijn allen beter te kunnen leven.

Het boek bevat zo’n schat aan gegevens, inzichten, discussiepunten, voorstellen al dan niet met een utopisch tintje, dat het onmogelijk is om hiervan in dit kort bestek een overzicht te geven. Om nog maar een voorbeeld te geven. Wie wil weten hoe men in andere landen het pensioenprobleem aanpakt of wie argumenten zoekt voor de superioriteit van ons repartitiestelsel (de huidige generatie werkenden betaalt de pensioenen van de huidige generatie gepensioneerden) op het kapitalisatiestelsel (iedereen spaart zijn eigen pensioen bijeen), komt ook ruimschoots aan zijn trekken.

Maar natuurlijk Gilbert blijft Gilbert. Zijn zeer eigen schrijfstijl maakt de lectuur niet altijd gemakkelijk. Maar dat heeft natuurlijk ook met de materie zelf te maken. Je moet heel goed je aandacht bijhouden met de vele cijfers, argumentaties, redeneringen, hink-stap-gedachtensprongen en de vele nieuwe woorden van eigen makelij. Of wat dacht u van demagografie, pijnsioenen, poensioenen, belsioenen, persioenen, pijlerpeiling, onrustpensioen, grijstest, beeftijd? En dan beperk ik mij bij de keuze van mijn voorbeelden enkel tot wat in de titels te vinden is. Maar het prikkelt en maakt het lezen ook tot een waar taal- en leesgenot.

Wil je goed gewapend zijn tegen tenminste één onderdeel van de komende besparingstsunami dan moet je dit boek zo vlug mogelijk lezen. En waarom niet in groep lezen om elkaar te helpen bij het begrijpen en het argumenteren? Dus als de bliksem naar de ‘betere’ boekhandel waar het boek vanaf 20 september in de rekken ligt.

Jozef Mampuys over “Het pensioenspook “ van Gilbert De Swert, Uitgeverij EPO.
Kenteringen september 2011

Leave a Reply

Schrijf je in op onze mailing

* = verplicht veld