14 Belgische bedrijfspensioenfondsen in de problemen.
Danny Carleer
In Nederland is het een verplichting voor werknemers om aan de pensioenopbouw via de tweede pijler deel te nemen. Gisteren hebben we op deze site nog bericht over de problemen waarmee ze daar geconfronteerd worden: Pensioenverlaging in Nederland komt eraan.
In België zijn er 253 bedrijfspensioenfondsen die deels vergelijkbaar zijn. Maar bij ons is een verlaging van de uitkering – zoals dat de Nederlanders te beurt kan vallen – niet mogelijk. Bij tekorten is het de werkgever die moet bijpassen. Dat is ook zo voor groepsverzekeringen.
Veel bedrijven en organisaties – vooral de grotere – hebben een groepsverzekering voor het personeel. Alle werknemers die de leeftijd van 25 bereikt hebben doen mee. De werkgever kan daarvoor ook een lagere of helemaal geen leeftijd in de arbeidsovereenkomst laten opnemen. Met deze collectieve verzekering wordt het pensioen aangevuld. Fiscaal zijn er voor bedrijf en werknemer aanmoedigen. De premies worden vaak deels door de werknemer en deels door het bedrijf betaald, maar dat kan ook anders.
Soms gaat het mis. Bijvoorbeeld wanneer het geld werd toevertrouwd aan een verzekeringsmaatschappij die in moeilijkheden geraakt of die over kop gaat. Zo vaak gebeurt dat gelukkig niet, maar bij de Antwerpse maatschappij Apra Leven ging het eerder dit jaar wel fout. De toenmalige CBFA (Commissie voor de Bank-, Financie- en Assuarantiewezen) schrapte Apra Leven toen. We schreven daarover toen het volgende: Antwerpse verzekeringsmaatschappij kapseist.
Op de website van Apra Leven (www.apraleven.com) verscheen toen een geruststellende mededeling over de gevolgen voor diegenen die op Apra Leven een beroep deden voor groepsverzekeringen. Op de site las je daarover:
“De groepsverzekeringen:
De Belgische werkgevers moeten hun pensioentoezegging aan hun werknemers onderbrengen in een andere verzekeringsonderneming of pensioenfonds. Indien in de loop van de vereffening van Apra Leven N.V. zou blijken dat er een tekort aan activa is om de pensioenverplichtingen volledig te dekken, dan is de werkgever wettelijk verplicht om het tekort aan te zuiveren.”
In België zijn het inderdaad de werkgevers die moeten bijpassen als dat nodig is. Die vinden dat niet leuk en de klaagzang wordt dan direct uit de kast gehaald. Soms zitten ze inderdaad krap bij kas en heel vaak beweren ze dat. Het is geen geheim dat onze neoliberale beleidvoerders open staan voor smeekbedes van werkgevers.
De Tijd schrijft vandaag dat 14 van de 253 Belgische bedrijfspensioenfondsen bij de toezichthouder FSMA (Autoriteit Financiële Markten en Diensten) een herstel- of saneringsplan moeten indienen of extra maatregelen moeten nemen om tekorten weg te werken. Sommige werkgevers zullen dus meer moeten betalen voor het aanvullend pensioen van hun werknemers.
Op basis van het bericht in De Tijd schrijft De Morgen dat de FSMA info vroeg aan zo’n 50 pensioenfondsen waarvan het controleorgaan dacht dat de kans op een tekort het grootst is. Volgens de krant vallen de resultaten mee: eind 2008 hadden meer dan 100 fondsen een tekort en eind 2010 liepen nog slechts 50 herstelplannen.








