Openbare Bank

Openbare Bank

Deze website wordt gesteund door de Ronde Tafel van Socialisten en door het IMAST
Privatiseren komt van het Latijnse woord ‘privare’. Privare betekent beroven…

Openbare Bank RSS Feed
 
 
 
 
FR - Version française

13. Lexicon

LEXICON

Arbitrage: een naam voor marktverrichtingen die een winst opleveren waarvan men zeker kan zijn. Het gaat met andere woorden om winst zonder risico. We spreken van “regulatoire” arbitrage wanneer financiële groepen verhuizen naar een gebied met een meer gunstige (soepelere) regelgeving, waar met dezelfde transacties meer winst te rapen valt. Er bestaat overigens ook zoiets als “fiscale” arbitrage. Denken we maar de aan de notionele interestaftrek waarmee de Belgische overheid buitenlandse bedrijven probeert te lokken.

Buiten balans: in de balans van een bank staan aan de linkerkant ondermeer de geldelijke aanspraken die de bank op derde partijen heeft op basis van kredieten die zij heeft uitgeschreven, of op basis van beleggingen of investeringen die de bank is aangegaan. Deze kredieten en investeringen zijn voor de bank een bron van winst. Er is echter regelgeving die zegt dat een bank niet meer kredieten mag verlenen dan wat op basis van het eigen vermogen van de bank is toegelaten. Vooral sinds 2000 werd door het toepassen van allerlei financiële spitsvondigheden een belangrijk deel van de uitstaande leningen ondergebracht in zogenaamde special purpose vehicles die buiten de balans bleven. Hierdoor tellen zij niet meer mee in het bedrag dat banken op basis van hun eigen vermogen maximaal mogen uitlenen. Zo ontstaat er dus ruimte voor nieuwe kredietverlening en dus voor extra winst. Dat doet de winst gemeten ten opzichte van het eigen vermogen stijgen. Of anders gezegd, de ROE* wordt opgedreven. Deze praktijk heeft echter het grote nadeel dat het heel moeilijk wordt voor buitenstaanders (en soms ook voor het management van de bank zelf!) om nog te weten hoeveel kredieten er precies uitstaan en hoe groot het kredietrisico van de bank is.

Collateralized Debt Obligation (CDO) : een complex beleggingsproduct. Wie een CDO koopt, koopt eigenlijk een portefeuille van duizenden of tienduizenden kredieten. Hierbij kan het gaan om hypothecaire kredieten, kredieten aan bedrijven, consumptiekredieten, enzovoort. De CDO wordt meestal in schijven gekapt. In de hoogste schijf zitten de meest betrouwbare kredieten, waarvan men vrij zeker is dat ze zullen worden terugbetaald. Deze schijf van een CDO noemt men super senior. De opbrengst en waarde van een CDO (of van een schijf) is afhankelijk van de graad en waarschijnlijkheid van terugbetaling van de onderliggende leningen. Als het weinig waarschijnlijk is dat de onderliggende kredieten zullen worden terugbetaald (bijvoorbeeld wanneer het gaat om leningen voor de aankoop van huizen die op bedrieglijke wijze aan arme Amerikaanse gezinnen werden aangesmeerd), dan daalt de waarde van de CDO of schijf overeenkomstig. Dat was een groot probleem voor banken die massaal in CDO’s hadden belegd en hierdoor zware verliezen moesten incasseren. Interessant om weten is dat er ook CDO’s van CDO’s bestaan, en zelfs CDO’s van CDO’s van CDO’s! Zo worden de financiële constructies weliswaar erg winstgevend maar ook heel ondoorzichtig, waardoor de uiteindelijke koper het onderliggende kredietrisico niet meer kent.

Comité Lamfalussy: comité onder leiding van baron Lamfalussy dat in het najaar van 2008 werd opgericht door de Belgische federale regering. De officiële naam luidde Hoog Comité voor een nieuwe Financiële Architectuur. De commissie Lamfalussy publiceerde op 16 juni 2009 haar eindrapport. Het rapport van het Hoog Comité bevat aanbevelingen voor de regering om te komen tot een betere financiële architectuur, maar ook een scherpe kritiek op de organisatie en werking van de CBFA.

Commissie voor het Bank-, Financie- en Assurantiewezen (CBFA): is in 2004 ontstaan uit de fusie tussen de in 1935 opgerichte Commissie voor het Bank- en Financiewezen en de in 1975 opgerichte Controledienst voor de Verzekeringen. Was de Belgische autoriteit belast met het toezicht op de meeste financiële instellingen en de financiële diensten die aan het publiek worden aangeboden. De CBFA werd opgericht om te waken over de bescherming van de spaarders en de verzekerden, om het vertrouwen van het publiek in de financiële producten en diensten zo veel mogelijk veilig te stellen en om de goede werking van de markten voor fi nanciële instrumenten te garanderen. Om die doelstellingen te verwezenlijken, werd aan de CBFA bij wet een brede waaier aan opdrachten toevertrouwd. Werd tijdens de crisis opgevolgd door de FMSA.

Interbankenmarkt: banken lenen geld aan elkaar op de zogenaamde interbankenmarkt. In het najaar van 2008 droogde de interbankenmarkt op. Banken weigerden nog op korte termijn geld aan concurrenten te lenen. Zij waren immers bang het geld nooit meer terug te zien. Hierdoor kwamen verschillende banken (in België vooral Fortis) in acute geldnood. Op de interbankenmarkt (ook wel: de geldmarkt) worden alle fi nanciële operaties afgehandeld met een looptijd kleiner dan één jaar. Banken die op het einde van de dag niet aan hun verplichtingen kunnen voldoen, kunnen ook bij de ECB (Europese Centrale Bank) lenen. Dat noemt men marginale belening. Banken met een overschot kunnen fondsen bij de ECB deponeren, de zogenaamde marginale deposito’s. Beide faciliteiten hebben normaal een looptijd van maximaal 24 uur (al heeft men daarop in crisistijd uitzonderingen toegestaan). De rentevoet voor de marginale belening ligt doorgaans beduidend hoger dan de tarieven op de interbankenmarkt, de rentevoet voor de gestalde kapitalen lager dan de rente op de interbankenmarkt. Banken gebruiken dus de ECB-faciliteiten alleen als ze geen andere keuze hebben. Tijdens de crisis leenden banken als Fortis herhaaldelijk geld bij de ECB. Banken met een overschot deponeerden beduidend vaker geld bij de ECB. Ze namen genoegen met een lagere rente, zonder de risico’s van het lenen aan een concurrent. (Zie http://www.tijd.be/fi nipedia/Interbankenmarkt.1812).

Federaal Planbureau (FPB): een instelling van openbaar nut. Het maakt studies en vooruitzichten over economische, sociale en milieubeleidskwesties. Daartoe verzamelt en analyseert het FPB gegevens, verkent het de mogelijke evoluties, identificeert het alternatieven, evalueert het de gevolgen van beleidsmaatregelen en doet het voorstellen. De wetenschappelijke deskundigheid van het FPB staat ter beschikking van de regering, het parlement, de sociale partners en nationale en internationale instellingen. Het FPB zorgt voor een ruime verspreiding van zijn werkzaamheden. De resultaten van het onderzoek worden aan de gemeenschap meegedeeld en hebben de bedoeling om bij te dragen tot het democratisch debat (zie ook: www.plan.be).

Financial: een financial is een financiële instelling. Hiermee worden banken, verzekeringmaatschappijen en fondsen aangeduid.

Governance: bijna steeds wordt er het bestuur van een onderneming mee bedoeld. Good governance betekent dus goed of degelijk bestuur. Dat houdt onder andere in dat het bestuur van de onderneming doelgericht, samenhangend en transparant is, en dat er binnen het bedrijf voldoende controle is op de wijze waarop de onderneming wordt geleid.

Leverage: hefboom. Stel dat ik over 100.000 euro beschik. Ik investeer die 100.000 euro in aandelen op de beurs. Dan ga ik naar een bank en vraag een lening aan van 80.000 euro. Als de bank mij vraagt naar een onderpand voor de lening, dan verwijs ik naar mijn aandelen op de beurs die nu (nog steeds) 100.000 euro waard is. De bank gaat akkoord, omdat ze verwacht dat de aandelenkoersen toch nooit onder 80% van hun huidige waarde zullen zakken. De ontleende 80.000 euro investeer ik opnieuw in aandelen op de beurs. Dat komt er dus op neer dat ik, hoewel ik eigenlijk maar over 100.000 euro eigen vermogen beschik, ik toch 180.000 euro kan beleggen! Met andere woorden, ik kan 80 % méér winst maken dan wanneer ik niet had geleend. Anderzijds heb ik nu wel 80.000 euro schulden die ik oorspronkelijk niet had. Maar zolang de kost van de lening niet opweegt tegen de kunstmatig opgedreven opbrengst van mijn belegging, doe ik gouden zaken. Dat heet leverage. Ik heb een hefboom gebruikt om mijn winst op te drijven. Mijn balanstotaal is ondertussen ook opgepompt; het bedraagt niet langer 100.000 euro, maar 180.000 euro. Aan leverage kleeft één groot nadeel: als de koers van mijn aandelen met 60 % daalt, dan verloor ik in de oorspronkelijk situatie enkel 60 % van 100.000 euro, of 60.000 euro – en hield ik nog 40.000 euro over. In de situatie met leverage echter ben ik falliet op het ogenblik dat de bank nattigheid voelt en haar lening van 80.000 euro vervroegd terugvraagt! Ik houd immers maar 40 % van 180.000 euro = 72.000 euro over, dus niet genoeg om mijn lening van 80.000 euro terug te betalen. De banken maakten in recente jaren zelf gebruikt van de hefboomtruuk om hun winsten op te drijven. Dat maakte hen snel kwetsbaar wanneer het minder goed ging; hun solvabiliteit (zie elders) geraakte dan snel aangetast.

Organisatie voor Economische Samenwerking en Ontwikkeling (OESO): een organisatie van een dertigtal (overwegend Europese) landen die tot doel heeft internationale sociale en economische beleidsthema’s te bespreken.

Prudentieel: Letterlijk betekent het woord prudentieel voorzichtig. In België is de FSMA verantwoordelijk voor het prudentiële toezicht op banken en verzekeringen. Of anders gezegd, de FSMA wordt verondersteld erover te waken dat de banken en verzekeringen een financiële politiek voeren die hen niet naar de afgrond leidt. Dat noemt men ook het micro-prudentieel toezicht. Daarnaast moet de Nationale Bank toezicht uitoefenen op de gehele (Belgische) economie; zij moet erover waken dat het economische systeem niet in gevaar komt. Dat noemt men het macro-prudentiële toezicht.

Quasikapitaal: een wat vage benaming voor niet-stemgerechtigd kapitaal. De meest grote privé-ondernemingen zijn in handen van aandeelhouders. Deze aandeelhouders hebben ooit geld ter beschikking gesteld aan de onderneming opdat zij haar activiteiten zou kunnen uitoefenen. Maakt de onderneming winst, dan is het mogelijk dat de aandeelhouders een deel van die winst krijgen uitgekeerd onder de vorm van een dividend. Wanneer de onderneming het goed doet, dan zal bovendien de waarde van het aandeel stijgen. Een aandeel geeft de aandeelhouder in de meeste gevallen ook recht op een stem tijdens de aandeelhoudersvergaderingen waar men over het lot van de onderneming kan stemmen. Tijdens de financiële crisis moest de Belgische overheid ingrijpen om het kapitaal van de banken te versterken. Hierbij werden echter constructies opgezet waarin het kapitaal van de overheid (in tegenstelling tot het kapitaal van de private aandeelhouders) géén recht gaf op een stem. De belangen van de private aandeelhouders werden met andere woorden gered (het bedrijf ging niet failliet) zonder dat hun macht over de onderneming verwaterde.

Rapport de Larosière: in november 2008 gaf de Europose Commissie een groep op hoog niveau, onder het voorzitterschap van Jacques de Larosière, de opdracht om aanbevelingen aan de Commissie te doen over de wijze waarop de Europese toezichtregelingen konden worden versterkt, teneinde EU-burgers beter te beschermen en het vertrouwen in het financiële stelsel te herstellen. In het eindrapport dat de groep de Larosière op 25 februari 2009 heeft gepresenteerd, wordt een visie op een nieuw systeem voor de uitoefening van het Europese financiële toezicht uiteengezet. De kern van deze visie wordt gevormd door voorstellen om de samenwerking en coördinatie tussen nationale toezichthouders te versterken, onder meer door nieuwe Europese toezichthoudende autoriteiten op te richten en door, voor het eerst, een Europees orgaan in het leven te roepen dat met het toezicht op risico’s in het financiële stelsel als geheel is belast.

Return on Equity (ROE) : letterlijk het rendement op het eigen vermogen. Het is het percentage van de nettowinst van de onderneming ten opzichte van het eigen vermogen. Of anders gezegd, het is een maatstaf voor de rentabiliteit van de middelen die in het bedrijf werden geïnvesteerd. Opdat een investeerder zou vergoed worden voor het risico dat hij neemt, dient de ROE hoger te liggen dan de risicoloze rentevoet op lange termijn. Is dat niet het geval, dan heeft het voor een investeerder die enkel op de grootste winst uit is geen zin geld in de onderneming te stoppen. Investeren in een onderneming houdt immers steeds het risico in op een faillissement en het verspelen van de investering. Dan is het beter risicoloos te beleggen aan een interestvoet die hoger is dan de ROE.

Solvabiliteit: het vermogen van een onderneming om haar schulden te betalen. Een onderneming is solvabel wanneer het vermogen dat zij kan liquideren, met andere woorden te gelde kan maken, minstens even groot is dan de schulden die op dezelfde termijn opeisbaar worden. Als een onderneming niet langer in staat is haar schulden af te betalen, dan is ze insolvabel en kan ze failliet worden verklaard.

 

  • Introductie
  • Argumentatie
  • Selfbank-Forum
  • Quotes
  • De OKI
  • Openbare verzekering
  • Word fan
  • Contact
  • Open nu een rekening
  • Crisis ABC
  • Links
  • Archief

    Schrijf je in op onze mailing

    * = verplicht veld