Openbare Bank

Openbare Bank

Deze website wordt gesteund door de Ronde Tafel van Socialisten en door het IMAST
Privatiseren komt van het Latijnse woord ‘privare’. Privare betekent beroven…

Openbare Bank RSS Feed
 
 
 
 
FR - Version française

3. Van GKB tot Dexia

Het Gemeentekrediet van België (GKB – Fr.: CCB of Crédit Communal de Belgique) werd in 1860 opgericht door Walthère Frère-Orban (1812-1896) een liberale minister van Financiën en eerste minister, die ook aan de wieg stond van de ASLK.. Frère-Orban was een principieel tegenstander van het algemeen stemrecht. Het GKB ging van start als NV moest voorzien in de kredietbehoeften van lokale overheden, met de gemeenten als aandeelhouders.

Vanaf 1947 werd een agentschapsnet uitgebouwd voor het ophalen van spaargelden. Vanaf 1960 werd met zelfstandig agenten gewerkt. In 1990 werd het GKB in Luxemburg actief met de CIB (Cregem International Bank). De CIB was bezig met het beheer van grote vermogens en in 1991 nam het GKB ook een belang van 25% in de Banque Internationale à Luxembourg (BIL). Die participatie in de grootste Luxemburgse bank klom later tot 51%. Eind vorige eeuw was er ook heel commotie over een erfenisfraude die het GKB en/of haar zelfstandige kantoorhouders via Luxemburg zouden hebben georganiseerd.

Tijdens de voorbereidingsfase voor de privatiseringen werd de GKB-Holding opgericht met als doel deelnemingen nemen en beheren in vennootschappen met een financieel en aanverwant bedrijf. Ook het de strategie en coördinatie van de groep en steunverlening aan de filialen binnen de groep behoort tot de taken. De GKB-Bank was dan als dochter een algemeen bankbedrijf, dat voorzag in de kredietbehoeften van de plaatselijke overheden of door hen opgerichte bedrijven.

Door de privatiseringsgolf ontstond Dexia in 1996 door de fusie van het GKB en het Crédit Local de France en Dexia werd marktleider in kredieten aan overheden. Het bleef actief als retailbank en in verzekeringen, maar schoof weg van de core-business van het GKB.

In 2000 nam Dexia het Amerikaanse FSA over, een verzekeraar van gemeentelijke obligaties en deze overname zou Dexia later zeer zuur opbreken. Ondertussen had Dexia ook Artesia (het vroegere BACOP = Belgische Arbeider Coöperatie – Coöperation Ouvrière Belge) ingelijfd. Artesia was de huisbankier van LHSP (Lernaut & Hauspie Speech Products), dat hoge toppen scheerde in beleggingsland, maar waarvan later bleek dat het vooral met financiële fraude bezig geweest was. Voor het faillissement van de praatjesmakers lieten veel politici, o.a. Jean-Luc Dehaene, zich maar wat graag zien bij Lernaut & Hauspie. De overname van Artesia kon door de perikelen rond LHSP moeilijk een meevaller worden genoemd voor Dexia.

Ook in Nederland verging het Dexia slecht. Daar verzeilde het inde aandelenlease-affaire. Bij een aandelenlease leent iemand geld om daar effecten mee te kopen. De kredietnemer betaalt een rente en eventueel is er ook een periodieke aflossing van de schuld voorzien. Als de aangekochte aandelen in waarde stijgen is er niets aan de hand; integendeel. De effecten zelf vormen het onderpand.

In Nederland is deze manier van handelen zeer populair geweest. In de jaren voor de eeuwwisseling waren onder meer ABN-Amro, Fortis (via dochter GroeiVermogen NV), Aegon (via de Bank Labouchère, Legio Lease en Spaarbeleg), de onvermijdelijke DSB, Delta Lloyd en Nationale Nederlanden daarmee bezig. Ongelooflijk maar waar: bij onze noorderburen waren er fiscale voordelen verbonden aan deze knoeiboel: de rente was aftrekbaar en de dividenden vrijgesteld!

In 2001 ontplofte daar de ‘aandelenlease-affaire’ omdat veel deelnemers ten gevolge van de dotcom-beurscrash enorme verliezen moesten slikken. Honderdduizenden mensen bleken in de val te zijn getrapt. De meeste aandelenlease-contracten waren verkocht door slijmgladde verkopers van Legio Lease, een dochter van de Bank Labouchère.

Maar in augustus 2000 was de Bank Labouchère door Aegon verkocht aan … Dexia. Aegon had de wolk wellicht zien hangen en Dexia legde maar wat graag een smak geld op tafel voor Labouchère. Het bekwam François Narmon en de zijnen zeer slecht. In 1999, 2000 en in 2001 had de Nederlandse beurswaakhond Autoriteit Financiële Markten (AFM) nochtans al zitten blaffen, maar op de Pachecolaan hadden ze niks gehoord. De Belgische politici, die daar ook deel uitmaakten van de raad van bestuur, hadden van zoiets weinig kaas gegeten. Het kostte Dexia handenvol geld.

Eind september 2008 sloop de bankencrisis ook bij Dexia binnen omwille van mogelijke verliezen bij FSA – de Amerikaanse dochter die dus met vastgoed bezig was. De koers van het aandeel kreeg zware klappen en bij het agentschap Moody’s daalde de rating van Dexia omwille van negatieve verwachtingen. Dexia zag zich genoodzaakt om staatssteun aan te vragen. Het bekwam een tussenkomst van:
-een kapitaalverhoging van € 6,4 miljard, waar de Belgische aandeelhouders voor € 3 miljard aan deelnemen. De rest wordt in via Frankrijk en Luxemburg opgehaald.
-een staatswaarborg van € 150 miljard die verbintenissen van Dexia indekt op de interbankenmarkt. België neemt 60.5% van de waarborg op zich, Frankrijk 36.5% en Luxemburg 3%. Hiervan had Dexia in februari 2009 al 75 miljard opgebruikt.
Dexia bezat 3 maal meer CDO’s of ‘rommelkredieten’ dan Fortis en maakte zwaar slagzij en ontsnapte enkel door de overheidstussenkomst aan het faillissement. Door de faling van Lehman Brothers verloor Dexia 1,5 miljard.

Over de vergoedingen en de bonussen die bij Dexia uitgekeerd werden en worden was er ook heel wat te doen. Miller had contractueel recht op een ontslagvergoeding van € 3,7 miljoen, maar de Franse president Sarkozy vond dat wat veel – zei hij – en Miller verklaarde toen van zijn vergoeding af te zullen zien. De Raad van Bestuur keerde hem toch een jaarsalaris uit van € 825 000, zodat hij aan de bedelstaf ontsnapte. Mariani, de opvolger van Miller is een vertrouweling van Sarkozy en die vangt nu een salaris dat 30% hoger ligt dan dat van Miller. Zijn bonus bedraagt maximaal € 1,8 miljoen. (DC-01/09/2010)

——–

Bijlage: Hoe het Dexia verging tijdens de financiële crisis vanaf 2008 wordt beschreven in het hoofdstuk 3 van de Masterproef van Koen Hostyn (UGent-2010): ‘De publieke bank in Europa’.

UNIVERSITEIT GENT – FACULTEIT ECONOMIE EN BEDRIJFSKUNDE – ACADEMIEJAAR 2009 – 2010

‘De publieke bank in Europa’ Masterproef voorgedragen tot het bekomen van de graad van Master in de Algemene Economie – Koen Hostyn – onder leiding van Prof. Dr. Rudi Vander Vennet

 De publieke bank in Europa | Hoofdstuk 3: De openbare bank in Europa en de financiële crisis.  

DEXIA

Verder bekijken we ook een semiopenbare bank die zich dichter bij huis bevindt: de Dexia-groep. (97)  De voornaamste aandeelhouders zijn ‘Caisse des Depots & Consignations’ CDC (19,3% van de aandelen), een Franse openbare kredietinstelling, en de Belgische ‘Gemeentelijke Holding’ (14% van de aandelen), die instaat voor de financiën van de steden en gemeenten (Van Hees, Banques qui pillent, banques qui pleurent) Aden, 2010, pp. 221-222). In 2007 had deze groep een totaal marktaandeel aan activa van 605 miljard euro in de drie beschreven landen, bedroeg de “leverage” voor deze groep 37:1, bedroeg de ratio aan kernkapitaal 9,1% en de algemene kapitaalsratio 9,6%. De groep Dexia boekte in 2007 een nettowinst van 2,5 miljard euro, vergeleken met 16,1 miljard aan eigen vermogen (wat dus neerkomt op een ROE van 17,8%).

In juni 2008 begonnen enkele “hedge funds” te speculeren op het failliet van haar Amerikaanse dochteronderneming FSA (Van hees, 2010, p. 194) . In 2008 boekte de groep een nettoverlies van 3,3 miljard euro. Bijgevolg werd er een zeer slechte ROE neergezet van -22,6%. Tussen 31 december 2008 en 31 december 2009 zag de groep haar totale activa vervolgens dalen van 651,0 naar 577,6 miljard euro (Dexia, 2009) (98) . Ten gevolge hiervan werd er in september 2008 een eerste herkapitalisatie doorgevoerd van Dexia door België, Frankrijk en Luxemburg ter waarde van 6,4 miljard euro (Petrovic & Tutsch, National rescue measures in response to the current financial crisis.

Europese Centrale Bank (ECB) 2009. België nam een aandeel van 3 miljard in deze herkapitalisatie voor haar rekening99. Volgens Jean-Luc Dehaene, die net na deze kapitaalsverhoging voorzitter werd van Dexia, stond de bank op de rand van de afgrond en dreigde er zelfs een “run” op de bank (De Standaard, 19/09/2009).

Bijgevolg kwamen de overheden van Frankrijk, België en Luxemburg in oktober 2008 overeen om een gemeenschappelijk waarborgsysteem op te zetten. In mei 2009 bedroeg de totale waarde aan interbancaire (en obligatie-)leningen die door dit systeem gedekt werden al meer dan 90 miljard euro, waarvan België er 60,5% voor zijn rekening nam (Buffel L, De steunmaatregelen van de Belgische overheden ten gunste van de financiële sector en de weerslag ervan op de overheidsfinanciën. Studie- en Documentatiedienst FOD Financiën.2009, p. 54; Petrovic & Tutsch, 2009, pp. 15-16)(100). Bovendien kwam er nog een toelating van de Europese Commissie voor een waarborg van Frankrijk (voor 32%) en België (voor 68%) op een portefeuille aan rommelkredieten van de Amerikaanse dochteronderneming van Dexia, FSA, ter waarde van 16,5 miljard USD. Hierbij werd wel als vooraarde gesteld dat Dexia de eerste 4,5 miljard USD aan verliezen voor eigen rekening zou nemen en dat de overheden aandelen zouden krijgen in ruil voor het in werking treden van dit schema (Petrovic & Tutsch, 2009). In 2009 werd de totale kost van deze waarborgen door Dexia zelf op 500 à 600 miljoen euro geschat (Buffel, 2009, p. 54).

Volgens een rapport het IMF uit maart 2010 blijft Dexia zeer kwetsbaar voor “besmettingsgevaar” van landen die te kampen hebben met hoge schulden, zoals Ierland en Spanje (De Standaard, 15/03/2010). Op de vraag van een journalist hoe een bank met vier ACW’ers in de raad van bestuur zich heeft laten verleiden tot zo’n roekeloos bankieren, antwoord Jean-Luc Dehaene: “Uw vraag komt op de rand van het populisme. Het is niet de raad van bestuur die het dagelijks beleid van de bank voert.” (Jean-Luc Deheane, geciteerd in De Standaard, 19/09/2009)

Voetnoten:

97. Deze groep bestaat enerzijds uit ‘Dexia S.A.’, de moedermaatschappij die onder het Belgische rechtssysteem valt, en anderzijds uit een aantal dochterondernemingen, zijde het Belgische ‘Dexia Banque Belgique’, het Franse ‘Dexia Crédit Local de France S.A’ en het Luxemburgse ‘Dexia Banque Interntionale Luxembourg’ (Petrovic, A. and Tutsch, R. 2009. National rescue measures in response to the current financial crisis.) Europese Centrale Bank (ECB). Eurosystem. http://www.ecb.int/pub/pdf/scplps/ecblwp8.pdf. Geconsulteerd op 17 juni 2010.

98. Deze daling is volgens de jaarverslagen van Dexia vooral te wijten aan een verlies in waarde van de financiële activa waarin er geïnvesteerd werd (Dexia, 2009).

99. Deze herkapitalisatie werd gedeeltelijk gedragen door de Federale overheid (1 miljard), gedeeltelijk door de gewesten (Vlaanderen: 0,50 miljard euro, Wallonië: 0.35 miljard euro en Brussel 0,15 miljard euro) en gedeeltelijk door drie Belgische institutionele aandeelhouders van Dexia (Gemeentelijke holding: 0,5 miljard euro, Arcofin cv: 0,35 miljdard euro en Ethias: 0,15 miljard euro) ( Buffel, L. 2009. De steunmaatregelen van de Belgische overheden ten gunste van de financiële sector en de weerslag ervan op de overheidsfinanciën. Studie- en Documentatiedienst FOD Financiën,  pp. 48-49; Van Hees, Banques qui pillent, banques qui pleurent. Brussel: Aden.2010, p. 201). Opmerkelijk detail is dat de kapitaalinjectie vanuit de gemeentelijke holding gefinancierd werd door een lening… bij Dexia (Van Hees, 2010, pp. 96-97). Die Gemeentelijke Holding (die een participatie van 14,3% aanhoudt in Dexia) liep overigens in 2009 ook nog eens dividenden mis van Dexia, waar deze in 2008 nog gemiddeld 0,7% bedroegen van de gewone ontvangsten van de lokale besturen ( Buffel, L. 2009. De steunmaatregelen van de Belgische overheden ten gunste van de financiële sector en de weerslag ervan op de overheidsfinanciën. Studie- en Documentatiedienst FOD Financiën, p. 61) De Standaard, 19/09/2009; (Van Hees, Banques qui pillent, banques qui pleurent. Brussel: Aden.2010, p. 96).

100. De vergoeding voor deze waarborgen verloopt als volgt: op transacties met een korte termijn (minder dan één maand), een middellange termijn (tussen één maand en 12 maanden) en een lange termijn (meer dan 12 maanden), bedragen de premies respectievelijk 25 (of 50 vanaf februari 2009), 50 en 87,60 basispunten ( Buffel, L. 2009. De steunmaatregelen van de Belgische overheden ten gunste van de financiële sector en de weerslag ervan op de overheidsfinanciën. Studie- en Documentatiedienst FOD Financiën, p. 54).

  • Introductie
  • Argumentatie
  • Selfbank-Forum
  • Quotes
  • De OKI
  • Openbare verzekering
  • Word fan
  • Contact
  • Open nu een rekening
  • Crisis ABC
  • Links
  • Archief

    Schrijf je in op onze mailing

    * = verplicht veld